Over den Troep
"Op het moment dat de charmante Timmerman Osewald uit zijn gilde werd gezet, begreep hij dat zijn roeping elders lag. Hij besloot niet langer praalwagens te bouwen, maar een wagen als podium te laten gelden en de zoektocht te ondernemen naar een publiek wat verhalen wil horen.
In een taveerne ontmoette hij Merin. Een wereldwijze Weefster die zowel aan het hof van Gerard van Wesemaal als dat van Raso van Gaveren haar kunsten voor het maken van de wandkleden heeft vertoond. Met oog voor detail weet deze doortastende dame ras knopen door te hakken, waardoor zij al gauw een leidende functie binnen den Troep innam.
Onder haar hoede vertoefde Hildegarde, de voormalige Schapenhoedster. Achter haar ietwat dromerige uiterlijk gaat een groot intellect schuil. Ze valt op doordat zij heimelijk heeft leren lezen en schrijven, iets wat zeker niet voor iedere vrouw is weggelegd. En haar aandeel binnen de opgevoerde stukken valt dan ook zeker niet te onderschatten.
Hun conversatie werd onderbroken door ene Baldewin. Een aardse Aflaatkramer die niet snel ergens van onder de indruk is. Deze ruwe bolster met zijn licht ontvlambare karakter wil nog wel eens de kont tegen de spreekwoordelijke krib gooien, waardoor een lot aan de schandpaal nooit ver weg lijkt. Maar gelukkig is hij ook een Bourgondiër in hart en nieren, en snel over te halen voor een goed en overvloedig maal.
Dit laatste werd op dat moment geserveerd door Godelinde, de Vrouw van de Herbergier, die gefascineerd raakte door haar gasten en het vrije leven dat lonkte. Toen haar gasten daadwerkelijk op pad gingen, ruilde ze huis en haard in voor een avontuurlijker leven bij den Troep. De gewenning aan het stadse leven ligt daarmee nog niet achter haar. Zij zal dan ook zeker op haar strepen gaan staan, wanneer iets onder de maat is.
Eenmaal op weg kwam Galgenaas, Sibald tegen. Een Geldwisselaar die zijn bedevaart naar Rome besloot te staken en zich bij hen aansloot. Deze goedlachse en innemende persoonlijkheid vergezeld hen nu al sinds jaar en dag langs de diverse dorpen en steden en beheerd de gezamenlijke pot geld op rechtvaardige wijze.
Niet lang daarna passeerden zij Aernout, de Poppenspeler. Een rasartiest van top tot teen die leeft voor het applaus van zijn publiek. Maar helaas kun je van applaus alleen niet leven. Daarom stelt hij zijn kennis en kunde ten dienste van den Troep en deelt hij mee in de gaven die de successen hen opleveren.
Onderweg naar het volgende boerendorp kwam Soetekin langs gereden. Een naïef Boerenmeisje dat aan een op handde zijnde heksenjacht trachtte te ontkomen, en gevlucht was op de wagen van haar vader. Ze leeft met het hart op de tong, en haar chaotische onhandigheid maakt haar soms tot een ongeleid projectiel binnen den Troep. Echter met haar kennis over de kruiden zal zij een gemaakte verwonding met een kompres snel kunnen verlichten."

Over den Troep